VVSWVoor Veilig Sporten en Werken

Vormen van grensoverschrijdend gedrag

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Van een opmerking over je lichaam tot een aanraking die je niet wilde. Waar ligt de grens, wat zegt de wet, en waar kun je terecht als het jou of iemand anders overkomt?

  • 5 minuten lezen
  • Bijgewerkt 22 september 2026
  • 3 bronnen
Twee mensen praten rustig met elkaar op een bankje

In het kort

  • Seksueel grensoverschrijdend gedrag is elk gedrag met een seksuele lading dat de ander niet wil.
  • Waar de grens ligt, bepaalt degene die het ondergaat. Niet de bedoeling van de ander telt, maar het effect.
  • Heb je iets meegemaakt? Bij Centrum Seksueel Geweld kun je dag en nacht gratis en anoniem bellen: 0800 0188.

01Wat valt eronder?

Het gaat om gedrag met een seksuele lading dat de ander niet wil. Dat kan klein lijken, maar ook heel ernstig zijn:

  • WoordenOpmerkingen over iemands lichaam, seksueel getinte grappen, suggestieve vragen.
  • Blikken en gebarenStaren, gebaren maken, of iemand op een ongemakkelijke manier volgen.
  • Berichten en beeldenOngevraagd seksuele berichten, foto's of filmpjes sturen.
  • AanrakingenAanraken, zoenen of vastpakken terwijl de ander dat niet wil.
  • Aanranding en verkrachtingSeksuele handelingen tegen iemands wil. Dat is een misdrijf.

02Wie bepaalt de grens?

Degene die het ondergaat. Een grap kan voor de een onschuldig zijn en voor de ander vernederend. Het maakt niet uit wat de bedoeling was: als iemand aangeeft dat het niet goed voelt, of als je dat kunt zien, dan ga je over de grens als je doorgaat.

Machtsverschil speelt vaak mee. Een leidinggevende, trainer of ervaren collega heeft invloed, en dan is nee zeggen moeilijker.

03Hoe vaak komt het voor?

In 2025 kreeg 3,2 procent van alle werknemers te maken met ongewenste seksuele aandacht op het werk. In de zorg ligt het hoger: daar kreeg 8,4 procent van de werknemers ongewenste seksuele aandacht van klanten of patiënten.

04Wat zegt de wet?

Sinds 1 juli 2024 geldt de Wet seksuele misdrijven. Twee dingen zijn daarbij belangrijk:

  • Seksuele intimidatie in het openbaar en online is strafbaar. Denk aan nafluiten, seksuele opmerkingen op straat of op sociale media. Dat kan ook gelden voor een personeelsuitje in een café of restaurant.
  • Voor aanranding of verkrachting is geen dwang meer nodig. Het is strafbaar als iemand wist of kon weten dat de ander geen seks wilde, en toch doorging.

Op het werk valt seksuele intimidatie ook onder de Arbowet: de werkgever moet het voorkomen, en zorgen dat medewerkers ergens terechtkunnen.

05Wat als iemand het jou vertelt?

Vaak vertelt iemand het eerst aan een collega, een trainer of een vriend. Wat je dan doet, bepaalt veel voor het vervolg.

  • Geloof en luisterZeg dat je blij bent dat diegene het vertelt. Twijfel niet hardop aan het verhaal.
  • Vraag niet door op detailsJe hoeft niet te weten wat er precies gebeurde. Dat is werk voor de politie of een onderzoeker.
  • Geef de regie terugVraag wat diegene wil, en doe niets zonder toestemming, ook niet als je het goed bedoelt.
  • Wijs de wegNaar een vertrouwenspersoon, het Centrum Seksueel Geweld of de huisarts.
  • Bewaar het voor jeDeel het niet met collega's. Ook niet "om te overleggen".
  • Let op jezelfZo'n verhaal komt binnen. Zoek ook voor jezelf iemand om mee te praten.

Bij acuut gevaar bel je 112.

06Wat helpt om het te voorkomen?

Preventie klinkt groot, maar bestaat uit concrete dingen:

  • praat over de grens voordat er iets gebeurt, bijvoorbeeld bij de introductie van nieuwe medewerkers of leden
  • let op situaties waarin iemand alleen is met een ander, en kijk of dat anders kan
  • wees duidelijk over machtsverschil: tussen leidinggevende en medewerker, tussen trainer en sporter
  • spreek elkaar aan op opmerkingen, want dat is waar het vaak begint
  • zorg dat iedereen weet waar je terechtkunt, en dat melden geen gevolgen heeft voor wie meldt

In de sport gelden hiervoor de gedragsregels van NOC*NSF. Op het werk leg je het vast in een gedragscode.

07Wat doet een organisatie na een melding?

Een melding vraagt om twee sporen tegelijk: zorgen voor de persoon, en zorgvuldig uitzoeken wat er speelt.

  1. Stap 1Veiligheid eerstZorg dat de melder niet meer in dezelfde situatie hoeft te zijn. Dat is geen straf voor de ander, benoem dat ook zo.
  2. Stap 2Opvang regelenWijs de weg naar de vertrouwenspersoon, en vraag wat de melder nodig heeft.
  3. Stap 3Kies de routeInformeel of formeel, via de klachtenregeling. Dat is een keuze van de melder, tenzij de veiligheid van anderen in het geding is.
  4. Stap 4Zorgvuldig onderzoekLaat het doen door iemand die daarvoor is opgeleid, met hoor en wederhoor.
  5. Stap 5Kijk verder dan dit gevalWat maakte dit mogelijk? Pas beleid, toezicht of afspraken aan.

08Heb je iets meegemaakt?

Het is niet jouw schuld. Je kunt er met iemand over praten, ook als je nog niet weet wat je wilt:

  • Centrum Seksueel Geweld: 0800 0188, dag en nacht, gratis en anoniem.
  • Op het werk: de vertrouwenspersoon van je organisatie.
  • In de sport: de vertrouwenscontactpersoon van je club, of Centrum Veilige Sport Nederland, 0900 2025590.
  • Direct gevaar: bel 112.

Meer over je mogelijkheden staat op Ik heb iets meegemaakt.

09Wat kan een organisatie doen?

Maak duidelijk wat niet kan, bijvoorbeeld in een gedragscode. Zorg voor een vertrouwenspersoon, bespreek het onderwerp in het team, en reageer serieus als iemand iets meldt. Denk ook aan personeelsuitjes en feestjes: spreek vooraf af wat de regels zijn.

10Veelgestelde vragen

Is seksuele intimidatie online strafbaar?

Sinds 1 juli 2024 is seksuele intimidatie in het openbaar en online strafbaar, door de Wet seksuele misdrijven.

Wie bepaalt waar de grens ligt?

Degene die het meemaakt. Wat voor de een een grapje is, kan voor de ander over de grens gaan. Het gaat om hoe het voelt, niet om hoe het bedoeld was.

Waar kan ik terecht als ik iets heb meegemaakt?

Bij het Centrum Seksueel Geweld, 0800 0188, dag en nacht, gratis en anoniem. Op het werk bij de vertrouwenspersoon, in de sport bij de vertrouwenscontactpersoon of Centrum Veilige Sport Nederland. Bij direct gevaar bel je 112.

Wat moet een organisatie doen na een melding?

Eerst zorgen voor veiligheid en opvang, daarna samen met de melder de route kiezen. Laat een onderzoek doen door iemand die daarvoor is opgeleid.

Iets meegemaakt, of twijfel je?Lees wat je kunt doen en bij wie je terechtkunt, in je eigen tempo.
Naar hulp en melden