In het kort
- Zorg eerst voor veiligheid en opvang. Onderzoek doe je niet zelf.
- Bestuurders moeten een vermoeden van seksuele intimidatie of misbruik melden bij de sportbond of het Instituut Sportrechtspraak.
- Centrum Veilige Sport Nederland adviseert en begeleidt clubs: 0900 2025590.
01Eerst: veiligheid
Is er direct gevaar, of is er een strafbaar feit gepleegd? Bel dan 112 of de politie. Zorg dat betrokkenen elkaar niet hoeven te treffen, en haal zo nodig iemand tijdelijk uit zijn rol, bijvoorbeeld als trainer. Dat is geen straf maar een voorzorg, en dat leg je ook zo uit.
02De eerste stappen
- Stap 1Kom als bestuur bij elkaarSpreek af wie het aanspreekpunt is en wie wat doet. Houd de groep klein.
- Stap 2Vang de melder en betrokkenen opLuister, toon begrip, en beloof niets wat je niet kunt waarmaken. Verwijs door naar de vertrouwenscontactpersoon.
- Stap 3Vraag adviesBel Centrum Veilige Sport Nederland. Zij denken mee over de volgende stappen en kunnen de club begeleiden.
- Stap 4Meld het waar dat moetBij een vermoeden van seksuele intimidatie of misbruik: bij je sportbond of het Instituut Sportrechtspraak. Bij een strafbaar feit ook bij de politie.
- Stap 5Leg vast wat je doetSchrijf op wat er is gemeld, wanneer, en welke stappen je hebt gezet. Deel dat alleen met wie het nodig heeft.
03Wat is de meldplicht?
In de sport geldt een meldplicht. Bestuurders van clubs en bonden moeten een vermoeden van seksuele intimidatie of seksueel misbruik melden. Trainers melden dat bij het bestuur. Ook andere leden hebben de plicht om te melden als ze een redelijk vermoeden hebben. Iemand ontmoedigen of tegenhouden om te melden is zelf ook een overtreding.
De melding gaat naar het meldpunt van je sportbond of naar het Instituut Sportrechtspraak, dat de zaak kan onderzoeken en behandelen.
04Wie doet wat in het bestuur?
Bij een incident lopen de eerste uren vaak door elkaar heen. Verdeel daarom vooraf de rollen, en zet ze op papier.
- Eén aanspreekpuntEén bestuurslid dat contact houdt met de betrokkenen. Niet steeds iemand anders.
- Eén woordvoerderDie praat met leden, ouders en eventueel de pers. De rest verwijst door.
- De VCPVangt op en wijst de weg, maar doet geen onderzoek en beslist niet.
- Contact met de bondEén persoon die de melding doet en de afspraken met de bond bijhoudt.
- Een logboekIemand die opschrijft wat wanneer is besloten en gedaan. Dat helpt later enorm.
05Waar gaat het vaak mis?
Clubs bedoelen het goed en gaan toch de mist in. De meest voorkomende valkuilen:
- zelf onderzoek doen omdat je de betrokkenen kent, terwijl je daarmee een officieel onderzoek in de weg kunt zitten
- in de appgroep van het team laten weten wat er speelt
- de melder vragen om het even stil te houden tot na het toernooi
- niets doen omdat het "één ouder is die het anders ziet"
- de beschuldigde meteen wegzetten, of juist in bescherming nemen omdat het een bekend gezicht is
Twijfel je? Bel Centrum Veilige Sport Nederland, ook als er nog geen melding is. Daar kun je een casus anoniem voorleggen.
06De weken erna
Als het eerste stof is neergedaald, begint het werk dat de club op de been houdt. Neem in ieder geval mee:
- Week 1Contact houdenBel de betrokkenen nog een keer. Niet alleen om te vragen hoe het gaat, maar ook om te vertellen wat de club heeft gedaan.
- Week 2Het team eromheenOuders en teamgenoten weten vaak iets, maar horen niets. Organiseer een bijeenkomst met iemand die dat kan begeleiden.
- Week 4Terugkijken met het bestuurWat ging goed, wat niet? Pas het draaiboek aan nu het nog vers is.
- LaterVoorkomenKijk naar de basiseisen: een VCP, een VOG-beleid, gedragsregels en een aanspreekcultuur. Met de gratis quickscan zie je waar de club staat.
07Wat je beter niet doet
- ×Zelf onderzoek doen of betrokkenen verhoren. Dat kan een later onderzoek of een strafzaak in de weg zitten.
- ×De zaak in stilte oplossen, met een gesprek en een handdruk.
- ×Namen noemen in een ledenbrief, de groepsapp of op sociale media.
- ×Zeggen dat iemand schuldig of onschuldig is voordat er een uitspraak is.
08Leden en ouders informeren
Onrust ontstaat vaak door geruchten. Vertel daarom wat je kunt vertellen: dat er iets speelt, dat het bestuur ermee bezig is, en waar leden terechtkunnen met vragen of zorgen. Noem geen namen. Bij een jeugdteam informeer je de ouders, bijvoorbeeld met een brief of een ouderavond. Vraag Centrum Veilige Sport Nederland om mee te kijken naar de tekst.
09Nazorg, en daarna
Een ingrijpende gebeurtenis kan lang doorwerken, bij slachtoffers, teamgenoten en vrijwilligers. Wijs op Slachtofferhulp Nederland en op de huisarts als iemand er last van blijft houden. Kijk daarna samen terug: wat ging goed, wat kan beter, en welke afspraken passen jullie aan? Een vertrouwenscontactpersoon, gedragsregels en een VOG voor vrijwilligers helpen om herhaling te voorkomen.
10Veelgestelde vragen
Moet het bestuur een incident melden?
Bij een vermoeden van seksuele intimidatie of seksueel misbruik wel. Dan geldt de meldplicht in de sport: melden bij je sportbond of het Instituut Sportrechtspraak. Bij een strafbaar feit ook bij de politie.
Mogen we zelf onderzoek doen?
Liever niet. Je kunt een officieel onderzoek in de weg zitten, en je kent de betrokkenen te goed. Vraag advies bij Centrum Veilige Sport Nederland.
Wat vertellen we de leden en ouders?
Zo weinig als nodig en zo veel als mogelijk, zonder namen. Laat één woordvoerder het woord doen, en zet het niet in de appgroep van het team.
Kunnen we Centrum Veilige Sport Nederland ook bellen als we twijfelen?
Ja. Je kunt daar ook een situatie voorleggen als er nog geen melding is.
